OFFICIEEL INTERNATIONAAL

   PETANQUE  REGLEMENT

                                                                                                                            Editie 2017

                              

Van toepassing in alle federaties

aangesloten bij de F.I.P.J.P.

 

A L G E M E N E    R E G E L S

 

Artikel 1 – Samenstelling der ploegen.

 

Petanque is een sport gespeeld door:

             - 3 spelers tegen 3 spelers (tripletten)

 

Er mag ook gespeeld worden door:

             - 2 spelers tegen 2 spelers (doubletten)

             - 1 speler tegen 1 speler (individueel)

 

Bij tripletten beschikt iedere speler over twee ballen.

Bij doubletten of individueel beschikt iedere speler over drie ballen.

 

Elke andere formule is verboden.

 

Artikel 2 – Kenmerken van goedgekeurde ballen. 

 

Petanque wordt gespeeld met ballen die door de F.I.P.J.P. zijn goedgekeurd en die aan volgende criteria beantwoorden:

  1. De ballen moeten van metaal zijn.

  2. Zij moeten een diameter hebben tussen 7,05 cm (minimum) en 8 cm (maximum).

  3. Zij moeten een gewicht hebben tussen 650 gram (minimum) en 800 gram (maximum).

Het label (merkteken van de fabrikant) en de cijfers van het gewicht moeten in de ballen gegraveerd zijn en moeten steeds leesbaar zijn.

Jeugdspelers van 11 jaar jong en jonger, mogen in hun reeks spelen met ballen van 600 gram en een diameter van 65 mm, op voorwaarde dat deze gefabriceerd werden door een erkend fabrikant.

  1. De ballen mogen niet gevuld zijn met lood of zand. In algemene zin mogen zij geen enkele bewerking of andere opzettelijke wijziging hebben ondergaan na de vervaardiging door een erkende fabrikant. Het is tevens ook verboden om de ballen opnieuw te verhitten (na te gloeien) om de door de fabrikant opgegeven hardheid te veranderen.

De naam en voornaam (of de initialen) van de speler mogen nochtans in de ballen gegraveerd worden, evenals de verschillende logo’s of merken, overeenkomstig het lastenboek met de betrekking tot het fabricageproces.

 

Artikel 2 bis – Sancties voor niet-conforme ballen.

 

Iedere speler die zich schuldig maakt aan een overtreding beschreven in punt d) van vorig artikel, wordt onmiddellijk uit de competitie uitgesloten (gediskwalificeerd), evenals zijn medespeler of medespelers.

Als een niet-getrukeerde, maar versleten of slecht gefabriceerde ban een controle niet doorstaat of niet voldoet aan de eisen 1,2 of 3 van het voorgaande artikel, moet de speler deze vervangen Hij mag ook de ganse set ballen vervangen.

Een door spelers ingediende klacht met betrekking tot de punten 1,2 of 3 zijn alleen ontvankelijk vóór de aanvang van de partij. De spelers hebben er dus alle belang bij zich ervan te vergewissen of hun eigen ballen en deze van hun tegenstrevers aan de opgelegde normen voldoen.

 

Klachten met betrekking tot puntje 4 kunnen gedurende de hele partij worden ingediend, maar kunnen slechts ingediend worden tussen twee mènes. Nochtans, vanaf de derde mène zal een ongegronde klacht met betrekking tot de ballen van de tegenstander bestraft worden met drie punten die bij de score van de tegenstander worden toegevoegd.

De Scheidsrechter of de Jury mogen op ieder ogenblik de ballen van één of meerdere spelers controleren.

 

Artikel 3 – Goedgekeurde doelkogeltjes.

 

De doelkogeltjes zijn vervaardigd uit hout, of uit een synthetische stof, in het laatste geval dragen zij het fabrieksmerk die goedgekeurd is door de F.I.P.J.P. met toepassing van het specifieke Lastenboek m.b.t de vereiste normen.

Hun diameter moet 30 mm bedragen (tolerantie: + 1 mm – 1 mm).

Het gewicht hiervan moet echter tussen de 10à 18gr bedragen.

Geverfde doelkogeltjes zijn toegestaan, maar un geen geval mogen zij noch een houten doelkogeltje kunnen opgenomen worden doormiddel van een trekstaal (magneet)

 

Artikel 4 – Licenties.

 

Om zich in te schrijven in een competitie moeten alle spelers of speelsters een geldige licentie voorleggen of volgens de rgels van hun Federatie een geldige identiteit voorleggen dat hij of zij aangesloten is bij deze federatie.

 

 

H E T   S P E L

 

Artikel 5 – Reglementaire terreinen.

 

Petanque wordt op alle terreinen beoefend. Nochtans kunnen het Inrichtend Comité of de Scheidsrechter beslissen om de ploegen op een afgebakend terrein te laten spelen. In dat geval moeten de terreinen voor Nationale Kampioenschappen en Internationale Wedstrijden de volgende minimale afmetingen hebben:

4 m breedte op een lengte van 15 m.

Voor de andere wedstrijden kan de Federatie aan hun afdelingen afwijkingen van de vermelde minima toestaan, maar de afmetingen mogen nooit minder dan

3 m x 12 m bedragen.

Een speelveld omvat een onbepaald aantal terreinen die afgebakend zijn met koorden waarvan de dikte het spelverloop niet mag beïnvloeden. Deze koorden die de verschillende terreinen afbakenen zijn geen verlieslijnen, uitgezonderd de lijnen aan de kopse zijden en de lijnen langs de buitenzijden van de buitenste kaders;

Wanneer speelvelden achter elkander geplaatst worden (kop/staart), worden de achterlijnen van de kader beschouwd als verlieslijnen.

Wanneer de terreinen voorzien zijn van een afsluiting moeten deze minstens op 1 m geplaatst worden van de verlieslijn van het speelveld.

De partijen worden naar 13 punten gespeeld, met de mogelijkheid om de partijen van de poules en de cadrage naar 11 punten te doen spelen. Sommigen wedstrijden kunnen ingericht worden waarvan de partijen op tijdslimiet worden gespeeld.

Deze partijen mogen enkel gespeeld worden op een afgebakende terreinen. In dit geval zijn alle lijnen die het terrein afbakenen verliesterreinen, er wordt dus enkel op één terrein gespeeld.

 

Artikel 6 – Aanvang van het spel: reglement betreffende de cirkel.

 

De spelers tossen om te bepalen welke van de twee ploegen het terrein kiest in geval deze niet door de wedstrijdleiding werd bepaald en het doelkogeltje als eerste werpt.

Als de wedstrijdleider de ploegen een terrein heft toegewezen, moet het doelkogeltje op dit toegewezen terrein worden geworpen. De desbetreffende ploegen mogen niet veranderen van terrein zonder de toelating van de Scheidsrechter.

Eender welke speler van de ploeg die de loting gewonnen heeft kiest het vertrekpunt en trekt of plaats een cirkel op de grond zodanig dat de voeten van iedere speler geheel binnen de cirkel kunnen geplaatst worden. Echter mag een getrokken cirkel niet kleiner zijn dan 35 cm diameter en niet groter zijn dan 50 cm diameter. Indien er gebruik gemaakt wordt van een gematerialiseerde cirkel, moet deze hard zijn en een binnen diameter hebben van 50 cm (tolerantie:

+ 2 mm - 2 mm).

Plooibare cirkels zijn toegelaten op voorwaarde dat deze goedgekeurd zijn door de FIPJP aangaande hun hardheid.

Wanneer wedstrijdleiders geldige cirkels ter beschikking stellen van de spelers zijn deze verplicht deze te gebruiken.

De spelers mogen ook de geldige cirkels aanvaarden of plooibare cirkels indien de tegenstrever deze voorstellen, indien beide ploegen in het bezit zijn van een geldige cirkel zal deze gebruikt worden van de ploeg die de toss gewonnen heeft.

In alle gevallen moeten de cirkels gemerkt worden alvorens het werpen van het doelkogeltje.

De werpcirkel moet getrokken (of geplaatst) worden op minstens 1 m van elke hindernis of op tenminste 2 meter van elke andere werpcirkel die in gebruik is.

De ploeg die het doelkogeltje gaat werpen moet alle cirkels uitwissen of verwijderen die zich dicht bij de werpcirkel bevinden die zij gaan gebruiken.

Het binnendeel van de werpcirkel mag volledig geëffend worden gedurende de ganse mène, maar moet op het einde van de mène opnieuw in de oude staat hersteld worden.

De werpcirkel wordt niet als verboden terrein beschouwd.

 

De voeten moeten zich volledig binnen de werpcirkel bevinden. Zij mogen de cirkellijn niet raken en zij mogen de cirkellijn niet overschrijden noch geheel van de grond loskomen vooraleer de gespeelde bal de grond geraakt heeft. Geen enkel andere lichaamsdeel mag de grond buiten de werpcirkel raken. Elke overtreding zal gesanctioneerd worden overeenkomstig artikel 35.

Per uitzondering mogen spelers met een handicap aan één der onderste ledematen met één voet in de werpcirkel staan. Rolstoelpatiënten (rolstoelspelers) moeten minstens één (1) wiel in de werpcirkel plaats hebben (het wiel kant of zijde van de dragend arm).

Het werpen van het doel door een speler van een ploeg houdt niet de verplichting in dat hij ook als eerste moet spelen.

Indien een speler de cirkel verwijderd alvorens het uitspelen van alle ballen, wordt deze opnieuw geplaatst waar het lag, maar enkel de tegenspelers mogen hun ballen verder uitspelen.

 

Artikel 7 – Reglementaire afstanden voor het werpen van het doelkogeltje. 

 

Opdat het door een speler geworpen doel geldig zou zijn, moet dit aan volgende vereisten voldoen:

  1. De afstand tussen het doel en het binnenste boord van de werpcirkel moet bedragen:       

                - minimum 6 m en maximum 10 m voor de Junioren en Senioren.

Bij wedstrijden voor jongeren mogen kleinere afstanden gebruikt worden.

  1. De werpcirkel moet zich tenminste op één meter van elke hindernis bevinden en tenminste 2 meter van alle andere cirkels of doelkogeltjes.

  2. Het doel moet zich tenminste op één meter van elke hindernis of van de dichtstbijzijnde grens van een verboden terrein bevinden. Deze afstand wordt herleid naar 50cm behalve voor de achterlijn in geval van wedstrijden op tijdslimiet.

  3. Het doel moet zichtbaar zijn voor de speler die geheel rechtop staat en waarvan de voeten geheel binnen de werpcirkel geplaatst zijn. Ingeval van betwisting over dit punt beslist de Scheidsrechter onherroepelijk of het doel zichtbaar is.

 

Voor de volgende mène wordt het doel geworpen vanuit een cirkel getrokken of geplaatst rond het punt waar het zich bevond op het einde van de vorige mène, behalve in volgende gevallen:

  • Indien de werpcirkel zich op minder dan één meter van een hindernis zou bevinden of van de grens van een verboden terrein zou bevinden;

  • Indien het doel niet op alle reglementaire afstanden zou kunnen geworpen worden.

 

In het eerste geval trekt of plaats de speler de werpcirkel op reglementaire afstand van de hindernis of van het verboden terrein.

 

In het tweede geval mag de speler zover achteruitgaan, in de lijn waarin werpcirkel en doel zich bij de vorige mène bevonden, zonder dat de maximaal toegestane afstand voor het werpen van het doel overschreden wordt. Deze mogelijkheid wordt enkel geboden als het doel in om het even welke richting niet op de maximale afstand kan geworpen worden.

 

Indien het doelkogeltje niet geworpen werd zoals in bovenvermelde voorwaarden beschreven, mag de tegenspeler deze plaatsen op reglementaire wijze op het speelveld, op zijn beurt mag de tegenstrever de cirkel verplaatsen zoals voorzien in de voorgaande alinea indien de eerste verplaatste cirkel geen maximale toegestane afstand heeft kunnen bemachtigen.

 

In elk geval behoudt de ploeg die het doelkogeltje heeft moeten afstaan vanwege het niet reglementair plaatsen, het recht om de eerste bal te spelen.

 

 Artikel 8 - Het geldig werpen van het doelkogeltje.

 

Als het doel tegengehouden wordt door een Scheidsrechter, een speler,  een toeschouwer, een dier of eender welk bewegend voorwerp, is het  niet geldig en moet het opnieuw geworpen worden.

Indien het doelkogeltje tegengehouden wordt door een medespeler, wordt het doelkogeltje aan de tegenstrever afgegeven die hem op een reglementaire wijze moet plaatsen.

Indien, na het werpen van het doel, een eerste bal gespeeld werd, heeft de tegenstrever nog het recht om de reglementaire ligging van het doel te betwisten. Dit kan enkel en alleen wanneer het doelkogeltje geworpen werd en niet geplaatst door de tegenstrever.

Alvorens het doelkogeltje af te geven aan de tegenstrever om deze te plaatsen moeten beide ploegen het erover eens zijn dat het ongeldig lag, of de scheidsrechter moet dat beslist hebben; Indien een ploeg in strijd hiermee handelt verliest zij het recht het doelkogeltje te plaatsen.

Als de tegenstrever eveneens een bal gespeeld heeft, wordt het doel definitief als geldig beschouwd en wordt geen enkele klacht meer aanvaard.

 

Artikel 9 – Nietigverklaring van het doel tijdens een mène.

 

Het doel is nietig in volgende 7 gevallen:

  1. Indien het doel tijdens een mène verplaatst wordt op verboden terrein, zelfs als het terugkomst op toegestaan terrein. Het doel te paard op de grenslijn van toegestaan terrein is geldig. Het is pas ongeldig nadat het volledig de grens van toegestaan terrein of de verlieslijn heeft overschreden d.w.z als het – recht van boven gezien - volledig (voor 100%) over deze grens ligt.  Een plas water waarop het doel vrij kan drijven, wordt als verboden terrein beschouwd.

  2. Indien het doel dat zich op toegestaan terrein bevindt zodanig verplaatst wordt dat het niet zichtbaar is vanuit de werpcirkel, voorzien volgens de regels in artikel 7. Nochtans blijft het doel dat achter een bal schuilgaat geldig.  De Scheidsrechter is bevoegd om tijdelijk een bal weg te nemen teneinde vast te stellen of het doel zichtbaar is;

  3. Indien het doel op meer dan 20 m (voor de Junioren en de Senioren) of 15 m (voor de Cadetten en de Miniemen) van de werpcirkel wordt verplaatst, of op minder dan 3 meter van de werpcirkel terugkomt.

  4. Als bij een afgebakend terreinen het doelkogeltje meer dan één onmiddellijk naastgelegen terrein geheel heeft overschreden of de achterste verlieslijn van het kader heeft overschreden.

  5. Indien het verplaatste doel onvindbaar is, een maximum zoektijd van 5 minuten is voorzien.

  6. Indien er zich een verboden terrein bevindt tussen het doel en de werpcirkel.

  7. Wanneer bij partijen die gespeeld worden op tijd het doelkogeltje het toegewezen terrein verlaat.

 

Artikel 10 – Het verplaatsen van hindernissen.

 

Het is de spelers ten strengste verboden om eender welke hindernis op het speelveld te verwijderen, te verplaatsen of te verbrijzelen. Het is echter de speler die het doel gaat werpen toegestaan om met een van zijn ballen de valplaats te onderzoeken, zonder  meer dan 3 maal de grond te raken. Tevens mag de speler die zijn bal gaat werpen, of één van zijn ploegmaten, één inslag dichten die door de een voorgaande (gespeelde of geschoten) bal gemaakt werd.

Spelers die zich niet houden aan deze regels onder ander door een inslag te dichten vooraleer een bal te schieten riskeren een sanctie zoals voorzien in artikel 35.

 

Artikel 11 – Vervanging van doel of bal.

 

Het is de spelers verboden om tijdens het spel het doel of een bal te vervangen, behalve in volgende gevallen:

1.    Doel of bal is onvindbaar, zoektijd is beperkt tot 5 minuten.

2.    Doel of bal breekt, in dit geval telt het grootste stuk. Indien er nog ballen te spelen zijn wordt dit stuk, eventueel na de nodige meting, onmiddellijk vervangen door een bal of doel met dezelfde of gelijkaardige diameter. Bij de volgende mène mag de betrokkene speler een volledig nieuwe set nemen.

 

 

H E T  D O E L K O G E L T J E

 

Artikel 12 – Verborgen of verplaatst doelkogeltje.

 

Indien het doelkogeltje tijdens een mène onverwacht bedekt wordt door boomblad of door een stuk papier, worden deze voorwerpen verwijderd.

 

Als het stilliggend doelkogeltje zich verplaatst tengevolge van de wind of  door de helling van het terrein, wordt het op zijn oorspronkelijke plaatst teruggelegd, op voorwaarde dat het gemerkt was. 

 

Hetzelfde geldt ook voor het doelkogeltje dat per ongeluk verplaatst wordt door de Scheidsrechter, een speler, een toeschouwer, een dier, een bal of een doel komend uit een ander spel of eender welk bewegend voorwerp.

 

Om iedere betwisting te vermijden moeten de spelers steeds het doelkogeltje merken. Geen enkele klacht wordt aanvaard over ballen of doel die niet gemerkt zijn.

 

Indien het doelkogeltje verplaatst wordt ten gevolg van een gespeelde bal in de aan gang zijnde partij, is het geldig.

 

Artikel 13 - Verplaatsing van het doelkogeltje naar een ander speelterrein.

 

Als het doelkogeltje tijdens een mène naar een ander speelterrein, begrensd of niet, verplaatst wordt is het doelkogeltje geldig onder voorbehoud van de regels vermeld in artikel 9.

 

De spelers die dit doelkogeltje gebruiken zullen desnoods het einde van de mène afwachten die door de andere spelers op het andere terrein begonnen is, vooraleer hun mène af te maken.

 

De betrokken spelers waarop dit artikel van toepassing is moeten blijk geven van geduld en hoffelijkheid.

 

Bij de volgende mène spelen de ploegen verder op het terrein dat hen toegewezen werd en het doel wordt opnieuw gegooid vanaf het punt waar het zich bevond vooraleer hij verplaats werd, onder voorbehoud van artikel 7.

 

Artikel 14 - Beschikking te treffen wanneer het doel nietig is.

 

Indien het doel tijdens een mène ongeldig wordt, kunnen zich 3 gevallen voordoen:

  1. Beide ploegen hebben nog ballen te spelen: de mène is nietig en het doelkogeltje gaat naar de ploeg die de vorige mène of de trekking gewonnen heeft.

  2. Eén ploeg heeft nog ballen te spelen: deze ploeg krijgt evenveel punten als het aantal nog te spelen ballen.

  3. Beide ploegen hebben geen ballen meer te spelen: de mène is nietig en het doelkogeltje gaat naar de ploeg die de vorige mène of de trekking gewonnen heeft.

 

Artikel 15 - Het plaatsen van het doel nadat het werd tegengehouden.

 

  1. Indien het weggeschoten doel behoudt het zijn plaats.

 

  1. Indien het weggeschoten doel tegengehouden wordt of afwijkt van zijn omloop door een speler die zich in toegelaten terrein bevindt, dan heeft zijn tegenstrever de keuze uit:

    1. Het doel op zijn nieuwe plaats laten;

    2. Het doel op zijn oorspronkelijke plaats terugleggen;

    3. Het doel leggen in het verlengde van een lijn gaande van zijn oorspronkelijke plaats naar de plaats waar het zich nu bevindt, dit op een maximale afstand van 20 m van de werpcirkel (15 m voor de Miniemen en de Cadetten) en zodanig dat het zichtbaar is.

 

De alinea’s b) en c) mogen enkel toegepast worden indien het doel vooraf gemerkt was. Zoniet, dan blijft het liggen waar het ligt. 

Indien het weggeschoten doel op verboden terrein komt om uiteindelijk terug op het speelterrein te komen, wordt het ongeldig en moeten de regels van artikel 14 toegepast worden.

 

 

B A L L E N

 

Artikel 16 – Het spelen van de eerste bal en de volgende ballen.

 

De eerste bal van een mène wordt gespeeld door een speler van de ploeg die de loting of de voorgaande mène gewonnen heeft. Vervolgens speelt de ploeg die het punt niet heeft.

 

De speler mag van geen enkel voorwerp gebruik maken of op de grond een lijn trekken om zijn bal te geleiden of zijn valplaats aan te duiden. Wanneer hij zijn laatste bal speelt mag hij geen extra bal in de andere hand te nemen.

 

De ballen moeten één na één gespeeld, geworpen worden

 

Geen enkel geworpen bal mag opnieuw gespeeld worden. Nochtans, moeten de ballen opnieuw gespeeld worden die tegengehouden zijn, of onvrijwillig van richting zijn veranderd in hun loop tussen de werpcirkel en het doel, door een bal of een doel komend uit een ander spel, door een dier of door eender welk bewegend voorwerp (ballon, enz…) en in het geval voorzien in artikel 8, tweede paragraaf.

 

Het is verboden ballen of doel te bevochtigen.

 

Alvorens zijn bal te gooien moet de speler elk spoor van modder alsook ieder vreemd voorwerp dat er eventueel zou aankleven van zijn bal verwijderen. De speler die zich hier niet aan houdt, loopt de sancties op voorzien in het hoofdstuk “Tucht”- artikel 35.

 

Indien de eerst gespeelde bal zich op verboden terrein bevindt, moet eerst de tegenstrever spelen, en vervolgens wordt beurtelings gespeeld totdat er een bal op toegelaten terrein ligt.

 

Indien er geen enkele bal meer op toegestaan terrein ligt tengevolge van een geschoten of gepointeerde bal, worden de beschikkingen van artikel 29 m.b.t. tot de nul mène toegepast.

 

Artikel 17 - Gedrag van spelers en toeschouwers tijdens een partij.

 

Gedurende de toegestane tijd die de speler heeft om zijn bal te werpen, moeten toeschouwers en spelers de grootste stilte in acht nemen.

 

De tegenstrevers mogen niet lopen, noch gebaren maken of iets anders doen wat de speler kan storen. Enkel zijn medespelers mogen zich tussen doel en de werpcirkel bevinden.

 

De tegenstrevers moeten voorbij het doel of achter de speler plaatsnemen en in beide gevallen zijwaarts van de speelrichting en op minstens 2 meter afstand van het doel of van de speler.

 

De spelers die deze voorschriften niet in acht nemen kunnen van de wedstrijd uitgesloten worden, indien zij, na verwittiging van de Scheidsrechter, in hun gedrag volharden.

 

Artikel 18 - Het werpen van ballen & ballen die buiten het speelveld gaan.

 

Niemand mag als proef zijn bal tijdens het spel werpen. De spelers die deze regel niet in acht nemen kunnen de sancties oplopen voorzien in het hoofdstuk “Tucht” artikel 35.

 

Gedurende een mène zijn de ballen die het aangewezen terrein verlaten, geldig (tenzij artikel 18 van toepassing is).

 

Artikel 19 – Nietige ballen. 

 

Iedere bal die op verboden terrein komt is nietig. Een bal dat te paard is op de grenslijn van het toegelaten terrein, is geldig. De bal wordt nietig wanneer hij de grens van het toegelaten terrein of van de verlieslijn volledig heeft overschreden, d.w.z. wanneer hij zich, recht van boven gezien, geheel (voor 100%) op het verboden terrein bevindt. Hetzelfde geld ook wanneer bij een afgebakend terrein, het doel meer dan één aangrenzend terrein van het gebruikte terrein doorloop of wanneer het doel de achterlijnen van het spel overschrijdt

 

Indien de bal vervolgens terugkomt op het speelterrein, hetzij door de helling van het terrein, hetzij doordat hij door een bewegend of vaste hindernis wordt teruggekaatst, moet deze onmiddellijk uit het spel genomen worden, en alles wat hij verplaatst heeft na zijn doortocht op verboden terrein, wordt op zijn oorspronkelijke plaats teruggelegd, “op voorwaarde dat het gemerkt was”.

 

Iedere nietige bal moet onmiddellijk uit het spel genomen worden. Indien dit niet gebeurt, wordt hij als geldig beschouwd van zodra een bal door de tegenstrever gespeeld is.

 

Artikel 20 – Het tegenhouden van de bal.   

 

Iedere gespeelde bal, tegengehouden of afwijkend door een toeschouwer of een Scheidsrechter, behoudt de plaats waar hij tot stilstand kwam.

 

Iedere gespeelde bal, tegengehouden of onvrijwillig afwijkt door een speler van de ploeg aan wie hij toebehoort, is nietig.

 

Iedere gepointeerde bal, tegengehouden of onvrijwillig afwijkt door een tegenstrever, mag, naar keuze van de speler, opnieuw gespeeld worden of blijven liggen op de plaats waar hij tot stilstand kwam.

 

Wanneer een geschoten of geraakte bal tegengehouden of onvrijwillig afwijkt door een speler, mag de tegenstrever van diegene die de fout  maakte kiezen:

  1. De bal op de plaats waar hij tot stilstand kwam laten liggen;

  2. De bal leggen op het verlengde van een lijn gaande van zijn oorspronkelijke plaats tot de plaats waar hij zich bevindt, maar enkel op bespeelbaar terrein “en op voorwaarde dat de bal gemerkt was”.

 

De speler die opzettelijk een bewegende bal tegenhoudt, wordt evenals zijn ploeg, onmiddellijk gediskwalificeerd voor de aan gang zijnde partij.

 

Artikel 21 - Toegestane tijd om te spelen.

 

Zodra het doel geworpen is, heeft iedere speler maximum één minuut tijd om zijn bal te spelen. Deze tijdspanne gaat in van zodra het doel of de voorafgaande gespeelde bal stil ligt, of nog, wanneer een punt moet gemeten worden, van zodra de meting is verricht.

 

Dezelfde regels gelden ook voor het werpen van het doel. na elke mène.

 

Iedere speler die zich niet aan deze tijdspanne houdt, loopt sancties op voorzien in hoofdstuk “Tucht” artikel 35.

 

Artikel 22 – Verplaatste ballen.

 

Indien een stilliggende bal in beweging komt, bijvoorbeeld als gevolg van de wind of door de helling van het terrein, wordt hij op zijn oorspronkelijke plaats teruggelegd, “op voorwaarde, dat het gemerkt was”. Hetzelfde geldt voor iedere bal die per ongeluk verplaatst werd door een speler, een Scheidsrechter, een toeschouwer, een dier of een bewegend voorwerp.

 

Om elke betwisting te voorkomen, moeten de spelers de ballen en doel merken. Geen enkele klacht zal in aanmerking komen voor een bal die niet gemerkt was, en de Scheidsrechter zal slechts uitspraak doen op grond van de feitelijke ligging van de ballen op het terrein.

Nochtans, wanneer een bal verplaatst wordt door het gevolg van een gespeelde bal in de aan gang zijnde partij, is hij geldig.

 

Artikel 23 – Een speler speelt een andere bal dan de zijne.

 

De speler die een andere bal dan zijn eigen bal speelt krijgt een verwittiging. Nochtans is de gespeelde bal geldig, maar hij moet onmiddellijk vervangen worden, na meting.

 

Ingeval van herhaling tijdens de partij, wordt de bal van de overtreder ongeldig verklaard en wordt alles wat hij verplaatst heeft op zijn oorspronkelijke plaats teruggelegd, “op voorwaarde dat het gemerkt was”.

 

Artikel 24 – Niet reglementair gespeelde ballen.

 

Met uitzondering van voorvallen voorzien in dit reglement die specifieke sancties oplegt en de ernst hiervan beschrijft zijn terug te vinden in artikel 35, gespeelde ballen op niet reglementaire wijze worden nietig verklaard en alles wat als gevolg daarvan is verplaatst, wordt op zijn oorspronkelijke plaats teruggelegd, mits deze gemerkt waren.

De tegenstrever heeft echter het recht om de voordeelregel toe te passen en de bal geldig te verklaren. In dit geval is de geplaatste of geschoten bal geldig en alles wat hij heeft verplaatst blijft op hun nieuwe plaats liggen.

 

P U N T E N   e n    M E T I N G E N

 

Artikel 25 - Het tijdelijk wegnemen van de ballen.

 

Voor het meten van een punt is het toegelaten, nadat ze gemerkt werden, ballen of hindernissen die zich tussen het doel en de te meten ballen bevinden, tijdelijk weg te nemen. Na de meting worden de weggenomen ballen en hindernissen terug op hun plaats gelegd. Indien de hindernissen niet kunnen weggenomen worden, dan wordt het punt met behulp van een passer gemeten.

 

Artikel 26 – Meting van de punten. 

 

De speler die laatst gespeeld heeft, of één van zijn ploegmaats, moet het punt meten. De tegenstrevers hebben steeds het recht om na één van deze spelers opnieuw te meten. Ten alle tijden kan men steeds de Scheidsrechter raadplegen, ongeacht de positie van de te meten ballen of het moment in de mène “de beslissing van de Scheidsrechter is zonder verhaal”.

 

De metingen moeten met gepaste meetinstrumenten verricht worden, iedere ploeg moet deze in haar bezit hebben.

Het is uitdrukkelijk verboden om metingen met de voeten te verrichten. De spelers die deze regel niet in acht nemen kunnen de sancties oplopen voorzien in hoofdstuk “Tucht” artikel 35

Echter kunnen wedstrijden enkel door scheidsrechters gemeten worden indien de organisatoren er zo over beslissen, onder andere wanneer wedstrijden opgenomen worden door de media..

 

Artikel 27 –  Voortijdig weggenomen ballen.

 

Het is de spelers ten strengste verboden gespeelde ballen op te rapen voor het einde van de mène.

 

Op het einde van een mène wordt iedere bal die weggenomen wordt vóór het toekennen van de punten nietig. Over dit punt wordt geen enkele betwisting aanvaard.

In geval een speler zijn ballen opraapt van het speelveld en zijn medespelers nog ballen te spelen hebben, worden deze niet toegelaten om ze verder te spelen.

 

Artikel 28 - Verplaatsen van ballen of doelkogeltje. 

 

Het punt is verloren voor een ploeg indien één van haar spelers tijdens het meten het doel of één der betwiste ballen verplaatst.

 

Indien de Scheidsrechter bij het meten van een punt het doel of een bal beweegt of verplaatst, doet hij in alle eerlijkheid een uitspraak. . 

 

Artikel 29 - Ballen op gelijke afstand van het doelkogeltje.

 

Als de twee ballen die het dichtst bij het doel liggen, aan elk “één” van de beide ploegen behoren, op gelijke afstand liggen, dan kunnen er zich drie gevallen voordoen:

1.    Indien beide ploegen geen ballen meer te spelen hebben is de mène nietig en blijft het werpen van het doel bij de ploeg die hem vooreerst geworpen had.

2.    Indien slechts één ploeg over ballen beschikt, dan speelt zij deze en tekent zij zoveel punten aan als zij ballen heeft die uiteindelijk dichter bij het doel liggen dan de dichtst bijliggende bal van de tegenstander;

3.    Indien de twee ploegen nog over ballen beschikken, dan speelt de ploeg die het laatst gespeeld heeft, daarna de tegenstrever, en zo wordt er beurtelings verder gespeeld totdat één der ploegen het punt heeft. Wanneer er één ploeg overblijft met te spelen ballen, dan worden de regels uit voorgaande paragraaf 2 van toepassing.

 

Indien er op het einde van een mène geen enkele bal op toegestaan terrein ligt, is de mène nietig.

 

Artikel 30 – Een vreemd voorwerp kleeft aan bal of doel.  

 

Ieder vreemd voorwerp dat aan de bal of het doel kleeft moet vóór de meting verwijderd worden.

 

Artikel 31 – Klachten. 

 

Om ontvankelijk te zijn moet iedere klacht bij de Scheidsrechter ingediend worden. Van zodra een partij afgespeeld werd, kan geen enkele klacht nog ingediend worden of in aanmerking komen.

 

 

T U C H T – D I S C I P L I N E

 

Artikel 32 – Strafregeling voor afwezige ploegen of spelers.

 

De spelers moeten bij de wedstrijdtafel aanwezig zijn wanneer de loting voor de ontmoetingen en de bekendmaking van de uitslagen van de loting plaatsvinden. De ploeg die een kwartier na het bekendmaken van de speelrooster afwezig is op het aangeduide speelterrein wordt met 1 punt bestraft dat ten gunste van de tegenstrever komt., voor wedstrijden die zich afspelen tegen de tijd wordt het afwezige tijdslimiet teruggebracht naar 5 minuten.

 

Eens het tijdslimiet verstreken, zal er per schijf van vijf minuten afwezigheid 1 strafpunt bijgevoegd worden aan de het reeds opgelopen strafpunt.

 

Dezelfde sancties zijn van toepassing tijdens de competitie na iedere loting en bij elke hervatting van de partijen tengevolge van een onderbreking voor om het even welke reden.

 

Wordt uitgesloten van de wedstrijd de ploeg die zich niet heeft aangeboden op het speelplein binnen het uur na de bekendmaking van de aanvang of de hervatting van de wedstrijden.

 

Een onvolledige ploeg heeft het recht het spel te beginnen zonder op de afwezige speler te wachten; zij beschikt echter niet over zijn ballen.

 

Geen enkele speler mag zich van een aan de gang zijnde partij verwijderen of het speelterrein verlaten zonder toestemming van de Scheidsrechter. Wanneer een speler toestemming krijgt het terrein te verlaten mag dit het goede verloop van de aan gang zijnde partij beïnvloeden ook net de verplichting opleggen aan zijn medespelers om binnen de toegestane minuut te spelen. Indien de speler niet tijdig terug is op het ogenblik dat hij of zij moet spelen, worden zijn te spelen ballen geannuleerd met één bal per minuut vertraging.

Indien dit niet werd toegestaan zijn de bepalingen van artikel 35 van toepassing.

In geval van ongeval of gezondheidsredenen bevestigd door een arts kan een pauze ingelast worden van maximaal een kwartier. Indien het gebruik hiervan frauduleus zou zijn, zal zowel de schuldige speler als zijn ploeg onmiddellijk uit de competitie uitgesloten woren.

 

Artikel 33 – Aankomst van afwezige spelers.

 

Indien de afwezige speler zich na het begin van een mène aanbiedt dan mag hij aan die mène niet deelnemen. Hij wordt slechts vanaf de volgende mène tot het spel toegelaten.

 

Indien de afwezige speler zich meer dan een uur na het begin van een partij aanmeldt, dan verliest hij elk recht om aan deze partij deel te nemen.

 

Indien zijn medespeler(s) deze partij wint (winnen), dan mag hij aan de volgende partij deelnemen, op voorwaarde dat de ploeg nominatief  ingeschreven was.

 

Indien de competitie in poules wordt gespeeld, dan mag hij aan de volgende partij deelnemen, ongeacht de uitslag van de eerste partij.

 

Men beschouwt een mène als begonnen nadat het doel op reglementaire wijze op het speelterrein is geplaatst. Bepaalde beslissingen kunnen genomen worden bij de partijen die gespeeld worden op tijdslimiet.

 

Artikel 34 – Vervanging van een speler. 

 

Vervanging van één speler in doubletten, van één of twee spelers in tripletten is slechts toegestaan tot op het ogenblik van de officiële  aankondiging van het begin van de wedstrijd, (geluidbus, fluitsignaal,  aankondiging via de geluidsinstallatie,  enz…) en op voorwaarde dat de vervanger(s) niet ingeschreven was (waren) in een andere ploeg voor dezelfde competitie.

 

Artikel 35 – Strafmaatregels - Sancties   

 

Voor het niet navolgen van de spelregels lopen de spelers volgende sancties op:

  1. Waarschuwing, deze wordt officieel bevestigd door de scheidsrechter door het trekken van een gele kaart voor de schuldige speler.  Daarenboven wordt bij het overschrijden van de speeltijd voor alle spelers van de schuldige ploeg een gele kaart getrokken. Indien een speler al in het bezit is van een gele kaart zal hem een verbod gegeven worden om de te spelen bal in deze mène te spelen of wanneer deze speler geen ballen meer heeft wordt dit in de volgende mène toegepast.

  2. Nietig verklaren van de te spelen bal of de te spelen ballen, deze wordt officieel door de scheidsrechter bevestigd door het trekken van een oranje kaart voor de schuldige speler.

  3. Uitsluiting van de schuldige speler gedurende de rest van de partij, dit wordt officieel bevestigd door de scheidsrechter door het trekken van een rode kaart voor de schuldige speler.

  4. Diskwalificatie van de schuldige ploeg

  5. Diskwalificatie van beide ploegen ingeval van samenspanning

 

Gezien een waarschuwing een sanctie is, kan deze enkel toegepast worden van zodra een inbreuk vastgesteld werd.

Kan niet als een waarschuwing beschouwd worden : de officiële mededeling omtrent het naleven van het reglement die aan de spelers gegeven wordt bij aanvang van een wedstrijd of een partij.

 

Artikel 36 – Ongunstig weer.    

 

In geval van regen moet iedere begonnen mène afgespeeld worden, tenzij de Scheidsrechter er anders over beslist, hij alleen is bevoegd, met de jury, om te beslissen over het stilleggen of het annuleren van een mène in geval van overmacht.

 

Artikel 37 – Nieuwe speelfase.

 

Indien na de aankondiging van een nieuwe fase van de wedstrijd (tweede ronde, derde ronde, enz…) sommige partijen nog niet voltooid zijn, dan mag de Scheidsrechter, na advies van het Organiserend Comité, alle maatregelen of beslissingen treffen die hij nodig acht voor het goed verloop van de wedstrijd.

 

Artikel 38 – Gebrek aan sportiviteit.

 

Het verdelen van vergoedingen en prijzen zijn ten stelligste verboden.

 

Ploegen die finalepartijen of eender welke andere partij zouden betwisten met gebrek aan sportiviteit of respect ten opzichte van het publiek, bestuurders of scheidsrechters, worden uit de competitie gesloten. Deze uitsluiting kan het niet homologeren van de eventueel behaalde resultaten omvatten, alsook de toepassing van de volgende sancties voorzien in artikel 38.

 

Artikel 39 – Incorrect gedrag.     

 

De speler die zich schuldig maakt aan incorrect gedrag of erger nog, aan geweld ten opzichte van een Bestuurder, een Scheidsrechter, een andere speler of een toeschouwer, loopt kans één of meerdere van de hierna vermelde sancties op, naargelang de ernst van de overtreding:

  1. Uitsluiting uit de wedstrijd

  2. Intrekken van de licentie of een geldige aansluitingsbewijs

  3. In beslagname of terugname van de vergoedingen en prijzen

 

De sanctie getroffen ten opzichte van de schuldige speler kan ook op zijn medespelers toegepast worden.

 

Sanctie 1 vermelde sancties wordt door de Scheidsrechter opgelegd.

Sanctie 2 vermelde sancties wordt door de Jury opgelegd.

 

Sanctiet 3 vermelde sanctie wordt toegepast door het Organisatie Comité dat, binnen de 48 uur, het verslag, samen met de in beslag genomen vergoedingen “en” prijzen, overmaakt aan het Federaal Organisme dat zal beslissen over de bestemming hiervan.

 

In alle gevallen ligt de uiteindelijke beslissing bij de tuchtcommissie van de federatie.

 

Een correcte kledij van de spelers vereist, waarbij het totaal verboden is met bloot bovenlijf te spelen, om veiligheidsredenen zijn gesloten schoenen die zowel tenen als hielen bedekken verplicht.

Elke speler die dit voorschrift niet nakomt, zal uit de competitie gesloten worden na een waarschuwing van de Scheidsrechter.

 

Artikel 40 – Taak van de Scheidsrechters. 

 

De Scheidsrechters die aangeduid worden om de wedstrijden te leiden, zijn belast met de strikte toepassing van de spelreglementen en van de administratieve reglementen die het laatste vervolledigen. Zij zijn bevoegd om iedere speler of iedere ploeg, die zou weigeren zich bij hun beslissing neer te leggen, uit de wedstrijd te sluiten.

 

Aangesloten of geschorste toeschouwers, die door hun gedrag de oorzaak zouden zijn van incidenten op het speelterrein, zullen via een opgemaakt verslag van de Scheidsrechter, overgemaakt worden aan het Federaal Organisme. Dit Organisme zal de schuldige(n) verwijzen naar de bevoegde Tuchtcommissie die zich zal uitspreken over de te nemen sancties.

 

Artikel 41 – Samenstelling en beslissingen van de jury. 

 

Ieder geval waarin dit reglement niet voorziet, wordt voorgelegd aan de Scheidsrechter die hierover kan beraadslagen met de wedstrijd Jury. De Jury bestaat uit minstens 3 leden en ten hoogste 5 leden. De beslissingen die in toepassing van deze paragraaf door de Jury genomen worden, zijn zonder verhaal. Ingeval van gelijkheid van stemmen is de stem van de Voorzitter van de Jury doorslaggevend.

 

Het huidige reglement werd goedgekeurd op 4 december 2016 door het uitvoerend comité van de FIPJP en is van toepassing vanaf 1 januar

© 2017 created by Jacques Bogaerts

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now